|
|
Algemene informatie
In navolging van het grote succes van
de VOC wordt in 1621 de West-Indische Compagnie, afgekort WIC, opgericht.
Qua organisatie lijkt ze heel sterk op
de VOC, maar anders dan deze kreeg ze geen soevereiniteitsrechten toegekend.
Voor oorlogsondernemingen moest ze eerst de toestemming van de
Staten-Generaal vragen. De WIC krijgt westelijk Afrika, Amerika en de
eilanden tussen Amerika en Nieuw-Guinea als handelsgebied. De belangrijkste
gebieden die in de loop van de eeuwen door de WIC werden beheerd waren
Nieuw-Nederland, Curaçao, Brazilië en Suriname.
De belangrijkste producten die de WIC naar Europa importeerde, waren suiker
en tabak. Daarnaast heeft ze een treurige faam verworven door het kapen van
vreemde schepen en vooral door haar engagement in de slavenhandel. Anders
dan bij de VOC verleende de Staten Generaal het WIC het recht op kaapvaart.
DIt houdt in dat zij de vijandelijke schepen (met name Spaanse schepen) mag
aanvallen om de lading buit te maken. De grootste vangst is in 1628 de
Spaanse Zilvervloot. Na de Vrede van Munster in 1648 houdt de kaapvaart op.
De slavenhandel is dan al de belangrijkste inkomstenbron. De schepen
maakten meestal een cyclus van drie reizen: van de Nederlandse thuishaven
met ruilgoederen naar Afrika, van Afrika met slaven naar Amerika en van
Amerika met suiker of tabak weer terug naar de thuishaven. Het vervoer van
slaven was daarbij de meest winstgevende etappe. Hoewel de WIC in naam een
handelslichaam was, had ze op die manier per slot van rekening meer
politieke en militaire dan commerciële betekenis.
Belangrijke mensen in de dienst van de WIC waren:
Piet Hein, Peter Stuyvesant
en Cornelis Aerssen van Sommelsdijk.
De West-Indische Compagnie (WIC) werd
in 1621 opgericht en kreeg als handelsgebied de Atlantische Oceaan ten
zuiden van Kreeftskeerkring, inclusief Amerika vanaf New Foundland
zuidwaarts (waar ook de 'Austraelsche, ofte Zuyderlanden' zouden liggen).
Ook deze compagnie was in - vijf - Kamers verdeeld: Amsterdam, Zeeland, de
Maas, het Noorderkwartier en Stad en Lande.
De WIC was vooral gericht op het maken van oorlogsbuit door middel van
grootschalige kaapvaart, deels op het verwerven van koloniaal bezit. De
verovering van Brazilië had op den duur verstrekkende gevolgen voor de WIC.
De Portugezen bleven zich verzetten en bij de vrede in 1661 ging Brazilië
definitief verloren voor de Republiek. Behalve op het water zelf was men
actief in West-Afrika, onder andere in Elmina waar een belangrijk deel van
de slavenhandel geconcentreerd was.
Na de Vrede van Munster viel het belang van de WIC sterk terug. Het
West-Indisch bezit bestond uit Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Saba
en Sint Eustatius. Op de Wilde Kust (Guyana) bezat men plantagekolonies (Essequibo
en Berbice). Daarnaast bestonden nog zgn. patroonskolonies, eilanden of
stukken land waar personen mee beleend waren door de WIC en waarover die
personen (als 'heer') het bewind voerde. Een voorbeeld van een
patroonskolonie is Tobago. Ook Nieuw-Nederland (Noord-Amerika) viel onder de
WIC. In 1667 ging dit echter verloren bij de Vrede van Breda (in ruil kreeg
men gedeelten van Suriname). Aan het einde van de 17e eeuw was de WIC een
armlastige broer van de machtige en souvereine VOC. In de tweede helft van
de 18e eeuw ging het financieel zeer snel achteruit en aan het eind van 1791
werd de onderneming opgeheven.
|
|
Piet Hein
Heb je wel gehoord van de zilvervloot
de zilvervloot van Spanje?
Die had er veel Spaanse matten aan boord
En appeltjes van Oranje!
(refrein)
Piet Hein, Piet Hein, zijn naam is klein,
Zijn daden bennen groot
Zijn daden bennen groot
Hij heeft gewonnen, gewonnen de zilvervloot,
Hij heeft gewonnen de zilvervloot.
|
|