Damascus
Het eerste wat opvalt in Damascus zijn de metershoge foto's van president
Assad. Overal is zijn portret in het straatbeeld aanwezig. In de bank is
geen plekje aan de wand zonder zijn foto. Zelfs de gordijntjes zijn bedrukt
met zijn beeltenis.
Een van de belangrijkste bezienswaardigheden in Damascus is ongetwijfeld
de Omayaden moskee. De dames moeten verplicht in zwarte gewaden. De moskee
is erg indrukwekkend. In de tombe ligt naar men zegt het hoofd van Johannes
de Doper.
Volgende stop is de souk: een wirwar van steegjes, piepkleine winkeltjes
overladen met potten, muziekinstrumenten, glitterende stoffen, bruidsjurken,
eettentjes en koektentjes.
Veel vrouwen dragen hoofddoeken en zijn van top tot teen in het zwarte
bedekt. Leuk om te zien hoe ze vervolgens met veel plezier graaien in de
uitgestalde lingerie en BH's met roze vetertjes.
Om even bij te komen van de eerste indrukken gaan we een in een rustig
steegje een heerlijke waterpijp roken. Morgen moeten we vroeg op.
Palmyra
Even na zevenen vertrekken we met lichte regen. We zien veel troosteloze
flats en half opgebouwde of ingestorte huizen. Daarna verschijnen olijfbomen
en rotswoestijn. Links een keurig aangelegd park met een gebogen muur. Even
omkijken en ja, alweer de grote Assad, nu in kleine mozaieksteentjes.
Politie-agenten zijn bij iedere zijweg. Carlos Menem, de president van
Argentinie is op bezoek in zijn geboortedorp waar hij zijn eerste 4 jaren
doorbracht.
Links zien we de Libanon, rechts vlakker land. We slaan af richting
Bagdad en zien de grote fosfaatfabriek die ook het bij Palmyra gewonnen ruwe
fosfaat ontsluit.
We rijden langs een Frans militair kerkhof. De Fransen hadden van 1918
tot 1946 het prtoectoraat over dit opstandig volkje. Met zichtbaar genoegen
vertelt de gids dat Frankrijk nog altijd moet betalen voor de laatste
rustplaats van zijn zonen.
Na drie uur rijden door voornamelijk woestijn gebied komen aan de in de
oase Palmyra. Duizenden jaren keken de bedouienen en kooplieden uit naar
deze oase. Het in de zon blinkende dak van de Beltempel was een baken in de
zandzee. Bij die tempel scharrelen we een gids op die voor ons de graven kan
openen. Verwonderd kijken we naar de smalle stapelbedden die plaats boden
aan de doden van een hele familie. We zien nog beelden van in steen
gebeitelde dodenfeesten. In het museum zien we later meer complete stenen
feestfoto's en de vierkante afdekplaten met de gebeitelde buste van de dode.
Het 2de graf is in de rotsbodem uitgehouwen. Hier liggen de dode zuinig op
een rij. Een derde graf dat we bekijken werd ontdekt, nadat een geparkeerde
auto, door een grondverschuiving, enkele meters lager terechtkwam.
Dan naar de Beltempel. Het 200 bij 200 meter metende tempelterrein is nog
steeds indrukwekkend. De tempel zelf is als kerk, moskee en kazerne
gebruikt. Helaas is alle marmer verdwenen en is veel door aardbevingen
vernield of gebruikt voor nieuwbouw.
's Middags dwalen we over het 10ha groot stadsgebied. Wat moet dat een
stad geweest zijn! En wat een rust, bijna alleen hier rond te dwalen!
Deir el Zor
Vanochtend om 6 uur opgestaan (het is tenslotte vakantie!) om nog geen
uur later de woestijn in te rijden richting Deir el Zor. Onderweg komen we
onze eerste kudde kamelen tegen. Een kameel van dichtbij fotograferen valt
nog niet mee: ze schrijden waardig weg als je te dichtbij komt. Door de
regen van de afgelopen dagen ziet de woestijn er overigens groener uit dan
gedacht.
Een paar uur later komen we aan in Deir el Zor en drinken thee aan
de Eufraat. Vanaf Deir el Zor brengen we een bezoek aan Mari, dicht
bij de Irakese grens. Mari werd 5000 jaar geleden gebouwd uit modder. In
1929 werd de stad bij toeval ontdekt. Op dit moment zijn Franse archeologen
bezig met de opgraving van het paleis van de koning. Wij kunnen overal
rondkijken en lopen letterlijk over de potscherven.
Volgende stop is Duro Europos een stad van ruim 2000 jaar oud,
door de Romeinen uitgebouwd tot belangrijk landscentrum. Zittend op de
resten van de stadsmuur heb je een prachtig uitzicht over de Eufraat. Een
vervaarlijk ogend Arabier met geweer over zijn schouder rijdt op zijn
brommer rondjes over het terrein om toezicht te houden.
Terug in Deir el Zor is het al donker geworden, dat gaat snel vooral in
deze tijd van het jaar. We eten in het hotel onder het toezichthoudend oog
van de kerstman. Die is er vroeg bij dacht ik, maar hij schijnt daar het
hele jaar te hangen.
Aleppo
Ook op deze Islamitische zondag worden we om 6 uur weer vroeg gewekt door
de wekker. Na een snel ontbijtje zitten we al weer in de bus: 450 km voor de
boeg. Onze eerste stop is gepland in Rasafeh. Het is duidelijk te
merken dat we langs de Eufraat rijden: in vergelijking met gisteren is het
erg groen en veel land wordt bewerkt. Overal zie je bossen katoentakken
liggen, die gebruikt worden als brandstof. Langzaam maar zeker komt de zon
door. Het weer is iets frisser dan verwacht, maar dat wordt ruimschoots
vergoed door de temperatuur in de bus.
Klokslag 10 uur komen zien we in de middle of nowhere de ommuurde stad
Rasafeh voor ons. Een zekere Hisham heeft hier zo'n 14 eeuwen geleden een
paleisachtig zomerhuisje gebouwd (ik wel zijn echte paleis dan wel eens
zien, als dit alleen zijn zomeroptrekje is!). Nu ligt alles bedolven onder
een laag modder en zonder schepje bij de hand is het vrij frusterend om hier
rond te lopen. Terug bij de bus toont iedereen zijn zelf opgegraven
scherfje:de een met inkepingen, de ander mooi glinsterend.
We vervolgen onze weg richting de Assad-dam,
de trots van Syrie (zo lang Turkije tenminste voldoende water doorlaat!). Na
een korte stop aan de bijenkorf (23 maal) arriveren we tegen zonsondergang
in Aleppo. We verblijven in het beroemde Baron hotel, genoemd naar 2
Armeense broers, die door de bevolking baronnen werden genoemd. In bad
liggend voel ik nog de aanwezigheid van de vele beroemdheden die hier
gelogeerd hebben: A. Christie, president Roosevelt en Lawrence of Arabia.
Lattakia
Zoals gewoonlijk is het vandaag weer vroeg vertrekken. Het landschap
verschilt duidelijk met het woestijngebied in het binnenland. We passeren
rotsachtige heuvels en komen na een uurtje rijden aan bij het
St.Simonklooster (Qalaat Samaan) waar St. Simon een jaar of 40 op een paal
heeft gezeten. Een zalige plek met veel groen en enkele pistache-bomen. Het
uitzicht is prachtig: in de verte kunnen we Turkije zien liggen. Voordat we
verder gaan drinken we nog een kopje mierezoete thee.
Na een kort bezoekje aan een stukje oud Romeinse weg, rijden we door naar
de kruisvaardersburcht het kasteel van Saladin (Qalaat Salah Din). Met een
beetje fantasie waan je je in de tijd terug van Richard van Leeuwenhart.
We vervolgen onze weg richting Lattakia. Het landschap wordt steeds
groener en er staan volop sinaasappelbomen langs de weg. Syrie blijkt nr. 6
op de wereldranglijst te staan met de export van sinaasappels. 's Avonds
bereiken we het havenplaatsje Lattakia waar we verblijven in hotel Haroun.
De volgende dag is rustdag, dat wil zeggen er staat een facultatieve
excursie naar het plaatsje Ugarit op de
agenda. De Ras al Shamra ruines in Ugarit zijn bekend omdat hier het eerste
geschreven alphabet gevonden is. We worden rondgeleid door een enthousiaste
gids. Terug in Lattakia slenteren we wat rond in het centrum. De enige
bezienswaardigheid die Lattakia rijk is, nl. drie Griekse Pilaren, kan ons
niet bekoren. We zien dat veel Syrische vrouwen opvallend Westers gekleed
zijn en zich ook zo gedragen. Heel anders dat we de vorige dagen gezien
hebben.
Hama / Homs
Ook vandaag weer vroeg op. De regen valt me bakken tegelijk uit de lucht,
als wij om zeven vertrekken richting Hama. Om Homs te bereiken moeten we een
bergrug oversteken. Het slechte weer maakt dat alles er wat grauw en
beslagen uitziet. Veel vruchtbare landbouwgrond, kassenbouw waarbij zeil
gebruikt wordt i.p.v. glas, half afgebouwde huizen en een vrij arme
bevolking. Vanuit de vlakte de bergen in en via een plateau weer naar
beneden. Vroeger moeten hier bossen en moerassen zijn geweest met leeuwen,
tijgers, olifanten en veel wild. Nu is alles nogal kaal.
Volgende stop is Afamia. Als je dacht dat Palmyra niet te evenaren
is, dan vergis je je. Voor mij komt Afamia heel dicht in de buurt. We lopen
de weg door Afamia af. Ik betrap mezelf erop dat ik veel naar de grond kijk
op zoek naar mozaiek. Hier en daar ligt inderdaad nog wat. Ook probeer ik me
voor te stellen hoe het hier geweest moet zijn moet 500.000 inwoners,
Tutmoses die op olifanten jaagt, Hannibal die de olifanten dresseert, en
Cleopatra en Marcus die hier een romance beleven.
Na Afamia terug naar de realiteit van Hama. De noria's zijn indrukwekkend
om te zien en om te horen. Veel van de charme van de stad zelf gaat verloren
door de regen en het idee dat Assad hier kortgeleden zo heeft huisgehouden
(met gifgas).
Terug in de bus worden we ontvangen dor de chauffeur die zijn wintermuts
heeft opgezet. Op zijn butagas stelletje heeft hij thee voor ons gemaakt. De
laatste etappe gaat van Hama naar Homs. 's Avonds wordt een
2-sterrenrestaurant met een bezoek vereerd. Terug met de taxi. Taxi's zijn
hier een bezienswaardigheid op zich. Veel lampjes en versieringen en vooral
heel oud. Dit keer een Mercedes uit 1956
Crac des Chevaliers / Maalula
Vandaag zullen we terug naar Damascus rijden, maar eerst staat een bezoek
aan Crac des Chevaliers op het programma. Gelukkig wist de chauffeur
de weg naar de burcht, hoog in de bergen, makkelijk te vinden. De burcht is
machtig imposant, een waar kunstwerk. Je fantasie draait op volle toeren bij
het idee er een middeleeuwse film op te nemen. We verlaten de burcht in
mist, die vervolgens steeds dichter wordt. Vlak voordat we
Maalula bereiken, klaart het op. In Maalula wordt nog de oude taal, het
Aramees, gesproken. In het klooster van St. Serguis hangen de prachtigste
ikonen. Via de kloof dalen we af naar het klooster van St. Thecla. |