u bent hier:
home >
reisverhalen >
zuid amerika > bolivia
|
|
 |
Reisverslag Bolivia
|
|
|
|
|
|
|
|
|

|
|
Snel naar
Meer informatie:
Hotels
|
|
|
|
|
Villazon
Vanuit het Argentijnse
Salta bereiken we na een
bustocht van 10 uur laat in de middag Villazon . Je merkt meteen dat je in
Bolivia bent aangekomen: de vrouwen dragen bijna allemaal de beroemde
boliviaanse vilten hoed. De dag erna word ik wakker en maak ik kennis met de
beruchte hoogteziekte: hoofdpijn, misselijkheid en moeite met ademen. De mate de
coca, of te wel de cocathee brengt gelukkig enige verlichting. Vandaag
gaan we op weg naar Tarija. Deze keer niet met de bus, maar achterop een pickup.
De tocht door de bergen is schitterend. De wegen ook... .Onderweg zien we op
veel plekken, met name onoverzichteljjke bochten, kleine gedenktekens. Wij
hebben meer geluk en bereiken in de avond na een tocht van zeven uur Tarija.
|
|
 |
|
|
|
Tarija
Tarija is niet toeristisch en dat is ook wel te begrijpen als je
nagaat over welke wegen we hier gekomen zijn. s ochtends brengen we een bezoek
aan de plaatselijke dierentuin. Deze ziet er erg kleurrijk uit, maar beschikt
slechts over enkele dieren. Indrukwekkend zijn de condors: de grootste vogels
ter wereld. Verder zien we enkele apen, puma's, schildpadden, ara's en een
slang. Per toeval ontdekken we daarna, boven op een berg, de plaatselijke markt.
Binnenkort zijn er verkiezingen en een van de kandidaten houdt een toespraak in
de centrale hal van de markt. Terwijl wij genieten van een heerlijk soepje, zien
we de "Amerikaanse"manier van kiezers trekken. Tarija en de spullen in de
winkels zien er moderner uit dan op het eerste gezicht verwacht werd van
Bolivia. Ook ons hotel en de kamers zien er verrassend goed uit. We brengen nog
een bezoek aan een museum en 's middags bel ik even naar Nederland. 's avonds
vertrekken we met de nachtbus naar Potosi.
|
|

 |
|
|
|
Potosi
Na een bustocht van maar liefst dertien uren komen we 's
ochtends om zes uur aan in Potosi. Ik voel me prima en ga even een uurtje
slapen. Vervolgens een lekker ontbijtje en om negen uur vertrekken we naar
de top van de Cerro Rico op 4500 meter hoogte. Potosi is bekend vanwege de
Cerro Rico, de rijke berg. Rijk vanwege het vele zilver dat in deze berg
gevonden is. Ook wij gaan een bezoek brengen aan de mijnen. Voordat we naar
binnen gaan moeten we eerst enkele inkopen doen op de plaatselijke markt. We
kopen cocabladeren, sigaretten, onstekers en dynamiek voor de mijnwerkers.
Bij de ingang aangekomen zien we al enkele mijnwerkers de cocabladeren in hun
mond stoppen. Wij volgen meteen hun voorbeeld. De bedoeling is om de bladeren in
je wang te duwen en er af en toe op te zuigen. De coca is goed tegen de
hoogteziekte en de mijnwerkers gebruiken ze de hele dag. De mijnwerkers werken
van ongeveer half elf tot zes, zeven uur 's avonds. Door de coca hoeven ze 's
middags niets te eten. We bezoeken een zogenaamde co-operatieve mijn, waar de
mijnwerkers voor zichzelf werken. Ze verdienen per week ongeveer $ 50,-, maar
moeten daarvan ook nog eens hun cocabladeren, sigaretten, dynamiek etc. van
kopen.Bovendien moeten ze 3% van de opbrengst afstaan aan de staat die eigenaar
is van de mijnen. Na een demonstratie van het dynamiet gekregen te hebben, gaan
we, gewapend met helm, cocabladeren en gaslamp de mijn in. Het is
alsof we een levend museum in lopen. Na enkele honderden meters komen we op
een splitsing terecht, waar een beeld staat van de duivel die heerst over de
mijnen. Om hem goed gezint te houden worden cocabladeren en sigaretten aan
hem geofferd. Vervolgens gaan we verder de mijn in om een beeld te krijgen
van het werk van de mijnwerkers. De gangen worden steeds smaller en minder
hoog en de temperatuur begint al aardig op te lopen. Na een kleine afdaling
zien we de eerste mijnwerkers aan het werk: alles wordt nog met de hand
gedaan. Als we weer omhoog klimmen, moet ik plotseling overgeven. Ik besluit
om terug te gaan. Buiten neem ik een cocathee, maar ook die blijft niet
binnen. Na wat gerust te hebben in het plaatselijk hospitaaltje, gaan we
terug naar het hotel. Ik duik meteen mijn bed in en alles wat ik probeer te
eten of te drinken, komt meteen weer terug. Ik ben in de greep van de
hoogteziekte en daar is maar 1 medicijn voor: snel naar een lager gelegen
gebied. |
|

 |
|
|
|
Sucre
De bustocht van Potosi naar Sucre wordt een byzondere. We blijven maar
liefst drie keer met de bus in de modder steken. De eerste twee keren trekt een
shovel onze bus eruit. De derde keer zaten maar liefst drie bussen en een
tankwagen vast. Een tiental andere bussen en auto's konden ook geen kant meer
op. Het leverde een mooi schouwspel op: wel honderd gestrande reizigers kijken
hoe enkele mannen de bussen uit de modder proberen te duwen of te graven. In
totaal lopen we zo'n twee uur vertraging op. In Sucre aangekomen houdt de regen
op en begint de zon te schijnen. Mijn hoogteziekte verdwijnt ook als regen voor
de zon. Sucre is de universiteitsstad van Bolivia en dat is te merken ook:
overal zie je mensen studeren. 's Avonds laat in het park, overdag op het
kerkhof. Vrijdagavond gaan we op zoek naar een discotheek. De eerste is
uitgestorven; de tweede is niet veel beter, maar we besluiten om toch maar een
kijkje te gaan nemen. Rond half twee houden we het voor gezien. Op weg naar het
hotel horen we opeens luidde muziek. Het blijk afkomstig te zijn van een
studentenfeest van de medische faculteit. Voor 1 bolivia mogen we naar binnen en
kunnen we een boliviaans studentenfeest meemaken. Op een binnenpleintje zijn wel
zeker 100 studenten aan het dansen. Het wordt alsnog een mooie uitgaansavond.
De dag erna breng ik een bezoek aan het kerkhof. De vele versierde graven en
catacomben zijn erg mooi om te zien. Na een bezoek aan het huis van de
bevrijding (alwaar stukken berlijnse muur te bewonderen zijn) ga ik lekker
brunchen op het balkon van een restaurant aan de plaza. Na de lunch ga ik een
kijkje nemen in het park en sluit me aan bij de plaatselijk jeugd door mijn
spaanse lessen te gaan repeteren. Op een gegeven moment hoor ik fanfare muziek.
Als ik dichterbij kom zie ik zo'n 100 jongens en meisjes op straat een dans
oefenen. De dans blijkt ter gelegenheid van het einde van het schooljaar te
zijn. We ontmoeten een aantal studenten en spreken 's avonds af. Al met al komen
we aardig wat te weten over het leven in Sucre. Het is een mooie vriendelijke en
moderne studentenstad.
|
|

 |
|
|
|
Tarabuco
Als je in Sucre bent, mag je de zondagsmarkt van Tarabuco niet
missen. Je gaat terug in de tijd en kijkt je ogen uit naar de mooie mensen in
hun verschillende klederdracht. Met name de hoofddeksel zijn erg byzonder. Kijk
en geniet:
|
|
|
|
|
|
 
 
|
|
|
|
La Paz
Vanuit Sucre vliegen we naar La Paz, de hoogst gelegen hoofdstad
van de wereld. De vlucht is een byzondere ervaring. Je vliegt boven het
Andesgebergte en ziet vlak voor La Paz heel duidelijk wat de altaplano
letterlijk betekent. Op 4000 meter een uitgestrekte vlakte. La Paz ligt
vervolgens in een soort kom op zo'n 3700 meter hoogte. Mijn hoogterecord breek
ik echter de dag erna. We rijden en klimmen naar het hoogst gelegen skioord ter
wereld, Chacaltaya: op 5460 meter hoogte!. Alhoewel het ademen erg moeizaam
gaat, heb ik gelukkig geen last meer van de hoogteziekte. Vervolgens dalen we af
naar de Moon Valley en bekijken het andere uiterste van moeder natuur. La Paz
blijkt een waar winkelparadijs te zijn. Ongelooflijk wat je hier allemaal kunt
kopen (en voor welke prijs). 's Avonds bezoeken we een zogenaamde pena: een show
met boliviaanse volksmuziek waarbij de panfluit natuurlijk niet ontbreekt (geldt
natuurlijk ook voor "el condor pasa"). Dit vormt de afsluiting van het bezoek
aan Bolivia. Een zeer byzonder land, dat ik als het even kan nog eens zal
bezoeken. Lees verder over de grensperikel in stuk over Peru.
|
|
 |
|
|